Jacob Olie Trio

Op  24 januari 2020 - 20:00   Met Jacob Olie Trio

Diet Tilanus – viool
Jurrian van der Zanden – cello
Jacobus den Herder – piano
Olivier Patey – klarinet

Quatuor pour la Fin du Temps van Olivier Messiaen (1908-1992)

Vijfduizend Franse krijgsgevangenen luisterden op 15 januari 1941 naar de première van het ‘Quatuor pour la fin du temps’. Het was ijzingwekkend koud in de barak van Stalag VIIIA, een Duits krijgsgevangenenkamp in Polen. Toch waren zelfs de gewonde gevangenen op stretchers aanwezig, op de voorste rijen van het publiek. Een uur lang bleven zij in stilte luisteren naar de in gehavende lompen en op tweedehands instrumenten spelende musici. Olivier Messiaen, de componist, zei later over deze uitvoering: ,,Nooit is er met meer aandacht en begrip naar mijn muziek geluisterd.”

De in 1908 in Avignon geboren Messiaen componeerde zijn ‘Quatuor’ in krijgsgevangenschap. De Duitsers hadden Franse troepen gevangen genomen en overgebracht naar Görlitz, een kleine stad in het Poolse Silezië. Eenmaal in gevangenschap namen de Duitsers hem wel zijn uniform af, maar niet zijn kleine verzameling zakpartituren. Een Duitse officier gaf hem zelfs pen en muziekpapier. Messiaen componeerde. In het kamp zaten ook de cellist Etienne Pasquier, de klarinettist Henri Akoka en de violist Jean le Boulaire. Ze hadden instrumenten tot hun beschikking, de cello had helaas slechts drie snaren. Toen Messiaen ontdekte dat er muziek gemaakt kon worden, schreef hij meteen een klein, eenvoudig trio voor hen, getiteld ‘Intermède’. Het werd het ‘vierde deel van het achtdelige ‘Quatuor’, dat hij er daarna omheen componeerde.

Iedere avond vanaf zes uur repeteerden de musici, terwijl de Duitse officieren vol respect luisterden. Sommige delen zijn behoorlijk moeilijk en Messiaen was veel tijd kwijt met het coachen van de anderen en met moed inpraten. Wat het weer wat makkelijker maakte, was dat alle delen in een andere samenstelling gespeeld moeten worden. De klarinettist kon in zijn eentje het derde deel ‘Abime des oiseaux’ repeteren, de cellist en de pianist (Messiaen zelf) konden aan het werk met het vijfde deel ‘Louange à l’éternité de Jésus’, het achtste deel ‘Louange à l’ímmortalité de Jésus’ is voor viool en piano.

Aan de titels van de delen is al af te leiden waar het werk over gaat. Messiaen werd niet religieus opgevoed, maar beeldde in vrijwel al zijn werken het goddelijke uit. Volgens hem was muziek de echo van God, de hoorbare afbeelding van Hem. Ook de natuur zag hij als een afspiegeling van het goddelijke. Voor het ‘Quatuor pour la fin du temps’ liet Messiaen zich inspireren door het bijbelboek Openbaringen, hoofdstuk 10, vers 5 tot 7: ‘En de engel die ik zag staan op de zee en op de aarde hief zijn rechterhand op naar de hemel en zwoer bij Hem, die leeft tot in alle eeuwigheden, die de hemel geschapen heeft, en alles wat daarin is, en de aarde, en alles wat daarop is, en de zee, en wat daarin is: er zal geen tijd meer zijn. Maar in de dagen van de stem van de zevende engel, wanneer hij zal klinken, zal ook het mysterie van God worden volbracht, zoals hij zijn knechten, de profeten, verkondigd heeft.’

Het Quatuor gaat over het einde der tijden, maar ook over de opheffing van het muzikale principe tijd. Het is aanlokkelijk om te denken dat de krijgsgevangen Messiaen hoopte op het einde van zijn gevangenschap, maar dat is te simpel. De religieuze componist Messiaen had belangrijker dingen aan zijn hoofd, vertelde hij in een lezing die vooraf ging aan de première. Met het einde der tijden doelde Messiaen op het einde van de begrippen heden en verleden, dat wil zeggen het begin van de eeuwigheid. Met zijn componeren wilde Messiaen het begrip tijd onderzoeken en vooral het Nu vinden.

In het ‘Quatuor’ zitten delen die precies laten zien wat Messiaen bedoelde. Daarin laat hij de tijd bijna stil staan. Neem het grandioze vijfde deel ‘Louange a l’éternité de Jésus’, waarin de cello een hele lange, langzame melodie speelt, ondersteund door pianoakkoorden. Dat duurt maar en duurt maar, tot de luisteraar het begrip tijd vergeten is.

In deel zes van het ‘Quatuor’ is ook Messiaens andere ritmische bron te horen. Geïnspireerd door oude Griekse ritmes en hindoe-ritmes haalt Messiaen de westerse drie- en vierkwartsmaat stevig onderuit. Het begin van dat deel ‘Danse de la fureur, pour les sept trompettes’ lijkt een vierkwartsmaat, maar Messiaen verbreedt de maat door er een zestiende aan toe te voegen. De puls verspringt daardoor steeds. Het ritmische motief keert telkens net iets anders terug en breidt zich steeds meer uit. De luisteraar staat voortdurend op het verkeerde been, maar wie zich eraan overgeeft, moet zich gewonnen geven. Messiaen heeft mede door zijn ritmische vernieuwingen veel componisten na hem beïnvloed.

Er moet ook nog iets gezegd worden over die andere opvallende interesse van Messiaen, de vogels. Messiaen hield van vogels en probeerde in zijn muziek hun zang te vangen. Dat ging hem heel aardig af. Het verhaal gaat dat iemand een depressieve vogel aan het zingen gekregen toen hij een bandje met Messiaens gekwinkeleer afspeelde. In het openingsdeel ‘Liturgie de cristal’ ontwaken de vogels, de nachtegaal en de merel, om precies te zijn. Ze doen ook mee in andere delen van het ‘Quatuor’. Vogels symboliseren ons verlangen naar vrijheid, licht, sterren, regenbogen en vrolijke liederen, aldus Messiaen. Want de componist, die in 1992 stierf, was beslist niet alleen in het hiernamaals geïnteresseerd. Het is niet moeilijk te bedenken hoe de aanwezigen bij de première dit opgevat zullen hebben.